Starten met taxidermie

Taxidermie etiketten en labels voor naturalia collecties

Redactie Redactie
· · 5 min leestijd

Laat ik je iets vertellen: het verschil tussen een professionele collectie en een doos vol opgezette dieren zit vaak in de etiketten.

Inhoudsopgave
  1. Waarom etiketten belangrijk zijn
  2. Wat staat er op een goed etiket?
  3. Materiaal en duurzaamheid
  4. Collectienummers en registratie
  5. Waar je materialen kunt vinden
Inhoudsopgave
  1. Waarom etiketten belangrijk zijn
  2. Wat staat er op een goed etiket?
  3. Materiaal en duurzaamheid
  4. Collectienummers en registratie
  5. Waar je materialen kunt vinden

Niet in de preparaten zelf — die zijn prachtig, natuurlijk — maar in die kleine stukjes papier erbij. Ik heb het gezien bij studenten, bij ervaren verzamelaars, bij mensen die al dertig jaar in dit vak zitten.

Ze besteden uren aan het perfect opzetten van een vos of een uil, maar het etiket? Dat wordt als bijzaak behandeld. Terwijl juist die labels je collectie wetenschappelijk waardeerbaar maken.

Waarom etiketten belangrijk zijn

Eerlijk gezegd, ik heb zelf ook lang geleden met minimale labels gewerkt.

Gewoon een stukje tape met de soortnaam en de datum. Maar toen begon ik mijn collectie uit te bouwen en kreeg ik een bezoek van een collega die ook lesgeeft. Ze keek naar mijn collectie en vroeg: "Waar is dit dier gevonden? Wie heeft het geprepareerd?

Welke methode heb je gebruikt?" Ik kon het niet beantwoorden. Dat was het moment dat ik besefte: zonder goede labels is een collectie mooi, maar niet compleet.

Goede etiketten vertellen het verhaal achter elk exemplaar. Ze geven informatie over waar het dier is gevonden, wanneer het is geprepareerd, welke techniek is gebruikt, en wie het heeft gemaakt.

Voor naturalia-collecties — of het nu gaat om een wetenschappelijke referentiecollectie of een persoonlijke verzameling — is die informatie essentieel.

Wat staat er op een goed etiket?

Hier wordt het praktisch. Een compleet etiket bevat ten minste de volgende informatie:

  • Wetenschappelijke naam (met auteur en jaar van beschrijving)
  • Volksnaam of Nederlandse naam
  • Locatie van vondst (zo specifiek mogelijk)
  • Datum van vondst
  • Naam van de vinder
  • Naam van de preparateur
  • Preparatiemethode
  • Collectienummer

Wat me opvalt is dat veel beginners de wetenschappelijke naam overslaan. Ze schrijven alleen "bosuil" of "vos" op het label. Maar zonder de wetenschappelijke naam — Strix aluco, Vulpes vulpes — mist je label zijn wetenschappelijke waarde. De volksnaam is fijn voor presentatie, maar de wetenschappelijke naam maakt het serieus.

De wetenschappelijke naam: hoe doe je dat?

De wetenschappelijke naam schrij je altijd cursief of onderstreept als je met de hand schrijft. De geslachtsnaam begint met een hoofdletter, de soortnaam met een kleine letter. Bijvoorbeeld: Strix aluco.

Als je de auteur erbij zet, dan in gewone letters: Strix aluco Linnaeus, 1758.

Het jaar van publicatie erbij zetten is niet verplicht, maar het maakt je label completer. Ik zie vaak fouten hierin, zelfs bij ervaren verzamelaars. Het lijkt een kleinigheid, maar in de wereld van naturalia maakt het uit.

Materiaal en duurzaamheid

Nu wordt het echt belangrijk. Want wat je op het label schrijft, moet ook leesbaar blijven.

En daar struikelen veel mensen over. Gebruik altijd archiefbestendig papier. Dat betekent zuurvrij, pH-neutraal.

Gewoon kantoorpapier gaat na een paar jaar geel worden en broos. Voor etiketten die bij preparaten hangen, raad ik aan om karton van minimaal 160 gram te gebruiken.

Het hoeft niet dik, maar het moet stevig genoeg zijn om niet te gaan wiebelen of vouwen. Voor het schrijven: archival inkt, of gewoon een goede pigmentpen. Geen balpen met waterige inkt — die vervaagt bij vocht.

Plakken en bevestigen

Ik gebruik zelf altijd een fineliner op pigmentbasis. Niet duur, wel betrouwbaar.

En hier een tip die ik te pas en te onpas deel: als je labels print, kies dan voor laserprint. Inkjet vervaagt. Altijd.

Zelfs als je denkt dat het droog is. De manier waarop je een label bevestigt, hangt af van het preparaat. Bij opgezette dieren hangt het label meestal aan een touwtje aan de poot of onder het exemplaar. Bij huiden in een map of op een plaat, plak je het label er direct bij.

Gebruik voor het plakken altijd een archiefbestendige lijm. PVA-lijm — gewone houtlijm, maar dan zuiver en zuurvrij — werkt uitstekend.

Het is wateroplosbaar, droog transparant, en is na jaren nog steeds goed te verwijderen zonder schade. Dat laatste is belangrijk: je wilt geen labels die je later niet meer kunt verwijderen zonder het preparaat te beschadigen. Wat ik zelf niet doe: tape.

Geen wastape, geen plakband, geen zelfklevende labels. Ze verouderen slecht, kleefresten blijven achter, en ze zien er na verloop van tijd slordig uit.

Collectienummers en registratie

Elk exemplaar in je collectie verdient een uniek nummer. Klinkt misschien overdreven voor een kleine verzameling, maar vertel dat eens aan iemand die vijftig exemplaren van dezelfde soort heeft.

Hoe weet je anders welk exemplaar uit 2019 komt en welk uit 2023? Ik werk met een simpel systeem: het jaar, gevolgd door een volgnummer. Dus 2024-001, 2024-002, enzovoort.

Dat nummer noteer je op het label én in een register — digitaal of op papier, maar hou het bij. Dat register is eigenlijk het hart van je collectie.

Daar noteer je alles wat niet op het label past: waar je het dier hebt gekregen, of het een vondst is of een aankoop, en eventuele bijzonderheden over de preparatie van je taxidermie wandpanelen en schedels.

Ik hou zelf een eenvoudig spreadsheet bij. Niks bijzonders, maar het werkt.

Waar je materialen kunt vinden

Voor kwalitatief etiketpapier en archiefmaterialen kun je bij verschillende leveranciers terecht. Van Dyke's heeft een goed assortiment aan labelmateriaal specifiek voor taxidermie en naturalia. McKenzie Supply biedt ook archiefbestendige materialen, handig als je nog twijfelt tussen wandmontage versus sokkelexpositie voor je preparaten.

Voor de meer gespecialiseerde benodigdheden — zoals zuurvrije lijm en conservatiemiddelen — kijk je het beste bij Synecion.

Een laatste gedachte

Wat ik zelf doe: ik bestel het papier in bulk, snijd het op maat, en schrijf de labels met de hand. Het kost meer tijd, maar het ziet er beter uit en voelt persoonlijker.

Voor grotere collecties of museale toepassingen is printen efficiënter, natuurlijk. Labels zijn geen versiering. Ze zijn documentatie. Ze maken je collectie navolgbaar, controleerbaar, en waardevol — wetenschappelijk én persoonlijk.

Zo kun je ook je eigen thematische naturalia collectie-expositie thuis vormgeven. Ik heb gezien hoe een goed gelabelde collectie een compleet ander niveau bereikt dan een collectie met prachtige preparaten maar geen informatie.

Dus neem de tijd. Schrijf het label netjes. Geef het de aandacht die het verdert. Want over twintig jaar, als iemand anders naar je collectie kijkt, is het label het enige wat het verhaal nog kan vertellen.


Redactie
Redactie
✓ Geverifieerd auteur ✓ Starten met taxidermie
Redactie
Redactie

Meer over Starten met taxidermie

Bekijk alle 180 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe maak je zelf een acrylvitrine voor een klein preparaat
Lees verder →