Starten met taxidermie

Hoe plaats je taxidermie ogen correct voor een levensechte uitdrukking

Redactie Redactie
· · 5 min leestijd

De ogen maken of breken het werk. Dat weet iedereen die ooit een stuk heeft opengemaakt.

Inhoudsopgave
  1. Kies het juiste oog voor het juiste dier
  2. Plaatsing: waar precies zit dat oog?
  3. De laatste details: oogleden en omgeving
  4. Oefenen, oefenen, oefenen
Inhoudsopgave
  1. Kies het juiste oog voor het juiste dier
  2. Plaatsing: waar precies zit dat oog?
  3. De laatste details: oogleden en omgeving
  4. Oefenen, oefenen, oefenen

Je kunt de huid perfect hebben geprepareerd, de mal precies op maat hebben gemaakt, maar als die ogen niet kloppen, ziet het dier eruit alsof het in slaap is gevallen. Niet levensecht. Niet levend. Gewoon… dood.

En toch is het plaatsen van ogen een van de dingen waar beginners het meest struikelen. Niet omdat het ingewikkeld is, maar omdat het gevoel en oefening vereist. Hieronder vertel ik hoe ik het aanpak, wat ik heb geleerd, en waar het misgaat.

Kies het juiste oog voor het juiste dier

Niet elk glasoog is hetzelfde. Dat klinkt voor de hand liggend, maar je zou niet geloven hoe vaak ik zie dat mensen een mooi oog kiezen dat gewoon niet past bij het soort dier.

Een vos heeft een andere pupilvorm dan een haas. Een uil heeft een andere kleurverdeling dan een ekster.

Het verschil zit hem in de details. Merken als McKenzie Supply en Van Dyke's hebben uitgebreide catalogi waar je per soort kunt zoeken. Synecion heeft fijne opties voor kleinere vogels en knaagdieren.

Maat en vorm tellen meer dan prijs

Kijk goed naar referentiefoto's van het levende dier. De kleur van de iris, de grootte van de pupil, de glans — het zijn die kleine dingen die het verschil maken tussen "mooi geprepareerd" en "ik geloof niet dat het dood is."

Een duur oog is niet per se een goed oog. Wat telt, is of de diameter past bij de oogkas van je preparaat. Meet altijd twee keer. Een oog dat één millimeter te groot is, geeft al een bizarre uitdrukking.

Te klein, en je krijgt dat bekende holle, ingevallen gezicht. Wat me opvalt is dat beginners vaak te snel kiezen op basis van kleur alleen.

Maar de vorm van het oog — bol of plat, met of zonder pupilreliëf — bepaalt meer over hoe levensecht het wordt dan je denkt.

Plaatsing: waar precies zit dat oog?

Hier gaat het echt om. Je kunt het mooiste oog ter wereld hebben, maar als het een halve millimeter te hoog of te laag zit, is het klaar. Het dier kijkt de verkeerde kant op, of erger: het kijkt nergens.

Dat leegtegevoel is onherroepelijk. Ik begin altijd met het markeren van het middelpunt van de oogkas.

De hoek maakt de uitdrukking

Gebruik een potlood of een dunne pin. Dan houd ik het oog tegen de kas aan, zonder lijm, en kijk vanuit verschillende hoeken.

Van voren, van opzij, van boven. Eerlijk gezegd doe ik dit vijf tot zes keer voordat ik het echt vastzet. Het kost tijd, maar herpositioneren na het lijmen is een ramp.

Een truc die ik pas later heb geleerd, maar die alles verandert: kijk naar de hoek van het oog ten opzichte van de snuit.

Bij roofdieren zit het oog meer aan de zijkant van het hoofd, maar de pupil is vaak licht naar voren gericht. Bij prooidieren zitten de ogen breder opzij, en kijken ze meer naar buiten. Die subtiele richting bepaalt of het dier alert, rustig of angstig lijkt. Bij vogels is het nog gevoeliger.

Lijm kiezen is geen formaliteit

Een kleine afwijking en je krijgt een dier dat kijkt alsof het een lichtflits heeft gezien. Bij vogels gebruik ik altijd een flexibele mal — dat is trouwens essentieel om de vorm van het hele preparaat te behouden, maar ook om de ogen in de juiste stand te houden tijdens het drogen.

Niet elke lijm werkt voor elk materiaal. Voor glasoogjes in een huid van een knaagdier gebruik ik een dunne, transparante lijm die niet uitzet.

Voor grotere ogen, bij een hert of een vos, heb ik een stevigere lijm nodig die ook de ruimte tussen oog en huid kan vullen. Specifieke lijmsoorten zijn cruciaal, vooral bij het restaureren van kleine snuitjes en oogleden. Daar gaat het om millimeterwerk.

Te veel lijm en je krijgt een glazen, starend gezicht. Te weinig en het oog verschuift tijdens het drogen. Ik heb jarenlang met standaard houtlijm gewerkt voordat ik besefte dat er betere opties zijn. Dat was een van die momenten waarop je denkt: waarom heb ik dit niet eerder geweten.

De laatste details: oogleden en omgeving

Het oog zelf is geplaatst. Gefeliciteerd. Maar je bent er nog niet.

De huid rondom het oog — de oogleden, de kleine plooien, de subtiele rimpels — dat is waar het echt levensecht wordt. Ik gebruik een kleine rondborstel of een bot scalpel om de huid rond het oog voorzichtig aan te passen. Wil je dat de blik echt tot leven komt? Schilder de taxidermie ogen realistisch voor het beste resultaat.

Niet te veel, niet te weinig. Het doel is dat de huid het oog natuurlijk omarmt, alsof het er altijd al zat.

Bij kleine dieren is dit bijzonder delicaat werk. Een te drukke beweging en je scheurt de huid.

Eerlijk gezegd heb ik daar in het begin mee gestruggled. Na het plaatsen reinig ik mijn gereedschap altijd met isopropyl alcohol. Dat voorkomt bacteriegroei en schimmel, en het houdt je werkplek schoon voor de volgende keer. Het is een klein dingetje, maar het maakt verschil op de lange termijn.

Oefenen, oefenen, oefenen

De eerste keer dat ik ogen plaatste, zag het eruit alsof het dier een verrassingsmoment had.

De tweede keer was het iets beter. De vijftiende keer begon ik het gevoel te krijgen. Er is geen shortcut. Begin met voederknaagdieren, oefen je handigheid, en werk langzaam naar grotere en complexere dieren.

En als het even niet lukt? Dan haal je het eruit, begin je opnieuw, en probeer het nog een keer.

Dat is het mooie van dit vak: je leert niet uit handleidingen alleen.

Je leert van het dier zelf.


Redactie
Redactie
✓ Geverifieerd auteur ✓ Starten met taxidermie
Redactie
Redactie

Meer over Starten met taxidermie

Bekijk alle 180 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe maak je zelf een acrylvitrine voor een klein preparaat
Lees verder →