Er komt heel wat kijken bij het afwerken van een vispreparaat. De huid is ingevroren, de mal zit goed, de ogen staan netjes — en dan moet het allemaal nog echt levenloos worden.
▶Inhoudsopgave
▶Inhoudsopgave
Want laten we eerlijk zijn: een ongeschilderde vis ziet er uit als een plastic speeltje. Pas met de juiste verf en lak wordt het echt geloofwaardig.
Waarom verf en lak anders zijn bij vissen
Bij zoogdieren en vogels werk je met huid en veren. Bij vissen heb je te maken met schubben, een vochtige uitstraling en kleuren die vaak subtiel overgaan in elkaar.
Dat maakt het afwerken een heel ander vak. Je kunt niet zomaar acrylverf erop smijten en hopen op het beste. De verf moet flexibel blijven, moet hechten op een vaak gladde ondergrond, en moet bestand zijn tegen de lagen lak die eroverheen gaan. Wat me opvalt is dat veel beginners hier te snel doorheen werken.
Ze denken: één laag verf, een laag lak, klaar. Maar een vis heeft tientallen kleurnuances, en die moet je één voor één opbouwen. Het is juist die geduldige aanpak die het verschil maakt tussen een preparaat dat opvalt en er één dat in een hoekje verdwijnt.
Welke verf gebruik je?
Voor taxidermie vispreparaten ga je naar acrylverf. Niet de goedkope variant uit de action, maar echte kunstenaarsacryl.
Merken als Liquitex en Golden maken verf die fijn genoeg is om in dunne lagen aan te brengen zonder de schubstructuur te bedekken. Dat is belangrijk — je wilt de textuur van de schubben zichtbaar houden, niet wegverven.
Ik werk zelf met een basispalet van ongeveer twintig kleuren. Dat klinkt veel, maar vissen hebben vaak kleuren die je niet direct in een fles vindt. Een forel heeft bijvoorbeeld geen "groen" — hij heeft olijfgroen, geelgroen, bijna zwartgroen, en een soort dofgroen op de flanken. Die meng je zelf.
De basislaag: grondverf
Voordat je begint met kleuren, breng je een grondverf aan. Dit is meestal een lichte, neutrale kleur die de hele vis bedekt.
Denk aan lichtgrijs, crème of een zacht geel, afhankelijk van de soort. De grondverf zorgt ervoor dat de daaropvolgende kleuren beter hechten en egaler worden. Gebruik hiervan een kwast met zachte haren.
Een synthetische kwast van ongeveer nummer 4 tot 6 werkt het beste. Je wilt de verf in de lijnen van de schubben aanbrengen, niet er dwars doorheen.
Kleine strakjes, altijd in de richting van de schubben. Dat klinkt werk, en dat is het ook.
Kleuren opbouwen: van groot naar klein
Maar het resultaat is het waard. Begin met de grote vlakken. De rug, de flanken, de buik.
Wacht tot elke laag droog is voordat je de volgende aanbrengt. Acrylverf droogt snel, dus dat is geen probleem.
Pas daarna ga je naar de details: de vlekjes op een forel, de rode vlekken op een zonnevis, de blauwe accenten op een baars.
Wil je je vispreparaat realistisch schilderen? Neem dan de tijd voor deze fijne afwerking.
Eerlijk gezegd vind ik dit het leukste deel. Je ziet de vis langzaam tot leven komen. Eerst is het een grijze vorm, en na een paar uur heb je iets dat je bijna aan de kant van een rivier zou verwachten.
Lak: bescherming én realisme
Zonder lak blijft de verf kwetsbaar. Stof, vocht, aanraking — het kan allemaal de verf beschadigen.
Maar lak doet meer dan alleen beschermen. Het geeft de vis die vochtige, levende glans die je in de natuur ook ziet.
Er zijn twee soorten lak die je kunt gebruiken: mat en glanzend. En hier maak je een bewuste keuze per onderdeel van de vis. De rug en bovenkant van de flanken zijn vaak wat glanzender. De buik is meestal matter.
De vinnen zijn semi-glanzend. Door te variëren in glansgehalte krijg je een veel realistischer resultaat.
Ik gebruik zelf lakken van Testors en Humbrol. Die zijn verkrijgbaar in kleine flesjes, goed afgestemd op de verfhuidige ondergrond, en ze droegen snel uit. Een paar dunne lagen is beter dan één dikke laag — anders krijg je druppels en strepen die er niet horen.
De ogen van een vispreparaat zijn meestal al ingezet met glazen ogen. Maar soms wil je nog een laagje lak over het oog heen voor die extra glans.
De ogen: het laatste detail
Gebruik hiervan een heel dunne laag matte lak, of een specifieke ooglak als die van Research Mannikins.
Een te glanzend oog ziet eruit als een knikker. Je wilt het liefst dat het oog eruitziet alsof het net onder water staat.
Veelgemaakte fouten
Te veel verf in één keer. Dat is nummer één.
Het lijkt logisch om snel vooruit te komen, maar dikke verflagen verliezen alle textuur en worden zacht en rubberachtig als ze drogen. Beter vijf dunne lagen dan één dikke. En gebruik nooit verf die bedoeld is voor canvas of papier zonder eerst te testen. Sommige verven kunnen niet goed hechten op de ondergrond van een vispreparaat.
Test altijd eerst op een onzichtbaar stukje, bijvoorbeeld onder de bekleding of aan de binnenkant van een vin. Dat vind ik trouwens het mooiste van dit vak: het is altijd weer een beetje experimenteren.
Geen enkele vis is hetzelfde, en geen enkele verf reageert precies hetzelfde.
Je leert door te doen, door fouten te maken, en door te blijven kijken. Want uiteindelijk draait het erom dat iemand naar je preparaat kijkt en denkt: die zit zo, die is net uit het water.